arrow_drop_up arrow_drop_down
22 februari 2020 

4 tips om je knuffel perfect op te vullen

Het opvullen van je knuffel… Het lijkt een eenvoudig karwei, maar al heel gauw levert dat karweitje toch (levens)belangrijke vragen op:

Welk materiaal gebruik ik het best?

Da’s heel simpel: kwalitatieve synthetische kussenvulling. Want ook in vulling is veel verschil.

Je hebt misschien wel een goedkoop kussen dat je ergens voor een paar euro vandaan hebt? Als je dat in de wasmachine wast, heb je… allemaal klonters. Krijg je nooit meer goed. Of, als je geluk hebt, is het minimum toch een stuk platter dan voorheen.

Maar je hebt ook die heerlijke, volle dekens die je in hotels vindt. Heerlijk fluffy, alsof er nog nooit iemand in geslapen heeft. Die zijn zalig toch?

Wel, in wezen zijn beide hetzelfde: zogenaamd “opvulsel”. Maar toch helemaal anders.

Je kiest best voor een polyestervulling met gesiliconiseerde holle vezel. Doordat de vezel hol is, is hij heel erg licht. En het siliconenlaagje? Dat zorgt er voor dat hij gewassen kan worden op hoge temperaturen zonder zijn vorm te verliezen.

Polyestervulling is ook anti-allergisch. Niet onbelangrijk als je voor een klein kindje iets maakt: je weet maar nooit of ‘ie allergisch is. En dat allergisch, dat hoeft niet eens voor “wol” te zijn, maar kan ook bijvoorbeeld een huisstofmijtallergie zijn. Bij dat laatste kan een knuffeltje uit katoen met polyestervulling, die regelmatig op hoge temperatuur wordt gewassen, een uitkomst zijn.

Wij gebruiken eigenlijk altijd de kussenvulling van het merk ReStyle. Die komt het beste uit onze eigen blinde test :smile:. Ook de zogeheten Pandavulling is zeer kwalitatief.

Hoe stevig moet ik mijn knuffel opvullen?

Dat is zo’n vraag die eigenlijk onmogelijk online kan worden beantwoord, en ook best persoonlijk is.

Vroeger werd gezegd om “zeer stevig” op te vullen. Dat hoeft echter niet, want je wil toch een knuffel maken, en geen baksteen?

Vul de knuffel dus net zo stevig op als jij zelf fijn vindt. Vul zeker niet te veel, want dan verliest je haakwerk zijn vorm en komt de vulling doorheen de gaatjes piepen.

Een knuffel die als decoratie in de hal komt te staan, vul je iets steviger op dan een knuffel die voor een kindje bedoeld is.

Waarom blijft mijn knuffel toch slap in zijn nek?
Waarom zakt mijn knuffel door zijn poten?

Dat komt vaak niet door de hoeveelheid vulling die in je knuffel zit, maar door het opvullen van de overgangen. Vul in eerste instantie je knuffel op tot aan de “rand” van je laatste toer, niet meer. Anders trek je de vulling mee in je naad bij het naaien.

Vul nadat ongeveer 3/4de is vastgenaaid de knuffel nog bij ter hoogte van de overgang. Dat zorgt voor een stevig geheel.

Waarom heb ik altijd bobbels bij het opvullen?

Zorg dat je “van binnenuit” vult.

Begin met een pluk zo groot als je in één keer in het op te vullen deel kan stoppen. Hoe groter het is, hoe groter de pluk. Duw daarna de vulling naar de zijkanten, en vul bij van binnenuit. Zo duw je niet de onderliggende vulling plat (want dan ga je ook de eigenschappen van zachtheid en veerbaarheid teniet doen), maar verspreid je de vulling gelijkmatig doorheen de knuffel. Zorg dat je geen propjes vulling krijgt in je knuffel, maar dat het hele onderdeel mooi gelijk is gevuld.

Over de schrijver
Elke Wellens is ontwerpster, auteur, specialist in knuffels haken en bezielster van Het Haakbeest. Samen met Stephane Stiévenart wil ze graag #iedereenaandehaak.
Reactie plaatsen