arrow_drop_up arrow_drop_down
8 oktober 2019 

Het opvullen van je knuffel: 5 must-do's

Het opvullen van je knuffel. Het lijkt eenvoudig, en dat is het ook, maar als je het goed wil doen, komen er toch wat vragen.
Vragen zoals: “Hoe hard moet dat?” En “Hoe zorg ik er voor dat mijn dier niet door zijn poten zakt?”

Daar heb je een paar simpele, maar toch zeer effectieve tips voor.

Dit zijn mijn geheimen:

TIP 1: Overvul je knuffel niet

Vroeger werd wel eens gezegd dat je je knuffel méér moest vullen dan dat je uiteindelijk wilt, omdat de vulling nog wat platter wordt mettertijd.

Dat hoeft echter helemaal niet. Of toch niet zo overdreven.

Een knuffel die je teveel opvult, kan de vorm die je met zoveel ijver in je haakwerk hebt gestopt helemaal teniet doen. Daarnaast is een te hard opgevulde knuffel ook helemaal niet zo knuffelbaar. En laat dat nu net zijn wat je het liefste wil: een lekker zachte, knuffelige knuffel.

TIP 2: Gebruik vulling van goede kwaliteit

Goedkope vulling gaat al gauw korrelen en bij elkaar klitten (net zoals je dat bij een goedkoop kussen hebt). Da’s natuurlijk ongelooflijk zonde, dus kies meteen voor goed materiaal.

De vulling moet donzig en zacht zijn, en ook goed bestand tegen wassen. Goede synthetische vulling is wasbaar op 60°C, en blijft ook na meerdere keren wassen zijn vorm goed behouden.

TIP 3: Vul bij van binnenuit

Moet je grote onderdelen opvullen, dan vul je best eerst een zo groot mogelijk oppervlak van het haakwerk op. De vulling die er al in zit, duw je naar de buitenkanten, en je vult van binnenuit bij. Je maakt dus eigenlijk een kuiltje, net zoals wanneer je brood bakt.

Dat zorgt er voor dat je geen hobbels en bobbels in je haakwerk krijgt, maar het een mooi glad oppervlak wordt.

TIP 4: Vul pas bij het aannaaien bij

Vul bij aan te naaien onderdelen het laatste stukje nog niet te veel op. Doe je dat wel, loop je het risico om in de vulling te steken terwijl je aan het naaien bent, en daarbij de vulling mee door het werk te trekken. Dat geeft een niet zo mooi, slordig resultaat. Vul daarom je onderdelen dus nooit meer dan evenwijdig met het oppervlak.

Let er tijdens het naaien ook op dat je je borduurnaald goed oppervlakkig houdt, en niet in de vulling steekt. Zo trek je hem zeker niet door tijdens het vastnaaien.

Is er toch meer vulling nodig (zie tip 5)? Vul dan nog extra bij vlak voordat je de laatste paar steken dichtnaait.

TIP 5: Vul de overgangen extra goed op

Als je ervoor wil zorgen dat het hoofd stevig op het lichaam staat, of dat je dier recht blijft staan, dan moet je de overgangen heel goed opvullen. De stevigheid zit ‘m in de details.

Haak je bijvoorbeeld een popje, dan wil je het stukje van de hals extra goed opvullen. Daar waar het nét wat smaller is allemaal. Dit zorgt voor een goede stevigheid.

Zet je 4 poten onderaan een dier? Zorg er dan voor dat de overgangen (daar waar je je poot vastnaait) goed zijn opgevuld. Doe je dat niet, dan zakt je dier gegarandeerd door zijn hoeven.

Zo, met deze 5 tips ben jij een knuffel-vul-pro :).

Over de schrijver
Elke Wellens is ontwerpster, auteur, specialist in knuffels haken en bezielster van Het Haakbeest. Samen met Stephane Stiévenart wil ze graag #iedereenaandehaak.
Reactie plaatsen