arrow_drop_up arrow_drop_down
12 juli 2020 

Welke prijs heeft je haakwerk?

Als je je gehaakte knuffels (of andere werkjes) wil gaan verkopen, via een website, een kraampje of aan vrienden, dan moet je er natuurlijk een prijs op plakken. Maar hoeveel vraag je nu precies? Wat is “een goede prijs”?

Welke prijs mag ik vragen?

Als je een goed bedrag per uur wil gaan verdienen zal haakwerk verkopen je niet ver brengen. Met een uurtarief van € 10 per uur kom je al gauw op meer dan € 100 voor een knuffel. En je wil niet eens uitrekenen hoeveel een deken dan zal kosten. Je uren rekenen, dat lukt bijna niet.

Werkelijk een “loon” uit je haakwerk halen lukt -zeker met grote stukken- eigenlijk zo goed als niet.

De meeste mensen willen niet per se echt veel verdienen aan hun haakwerk. Het is een hobby. Dat is supermooi natuurlijk, alleen zou het zomaar kunnen dat als jij je prijs niet hoog genoeg zet, je helemaal overbevraagd wordt. Iedereen wil wel zo’n deken voor € 20. Als je er niet over nadenkt, dan kan het zomaar zijn dat die hobby je heel veel geld gaat kosten, en je dus eigenlijk geld toegeeft in plaats van verdiend. Da’s dan ook weer niet oké, en zeker geen goed lange termijn plan.

Een goede prijszetting is daarom dus echt belangrijk. Met deze 4 tips zet jij je beste prijs:

Tip 1: Spreek duidelijk een prijs op voorhand af

Je zou niet de eerste zijn die 10 uur werk steekt in een leuk haakwerk op vraag, en nadien te horen krijgt dat jouw aanvrager het toch te duur vind en het niet hoeft. Daar blijf je dan zitten met je mooie creatie waar je, terecht, nog zo trots op was. En waar je zelf ook kosten aan hebt gedaan: jij hebt immers het materiaal betaald.

Duidelijke, vaste prijzen zorgen ervoor dat noch jij, noch jouw “klant” voor verrassingen komt te staan. 

Het is hierbij natuurlijk wel belangrijk dat je eerst van tevoren goed bekijkt wat je precies nodig zal hebben aan materiaal. Een te lage prijs rekenen is ook niet de bedoeling natuurlijk.

Tip 2: Bepaal je prijs

Je zou kunnen zeggen dat je alleen materiaalkost rekent. Maar wat is dat precies, je materiaal? De bolletjes wol die je nodig hebt voor dat project?

Maar wat met  je haaknaald, dat extra kussen voor in de zetel, eens een keer een bolletje voor jezelf? En wat als er plots 100 mensen voor je deur staan, die allemaal hetzelfde willen? Doe je dat met plezier voor die prijs?

Jouw prijs is de prijs waar jij je goed bij voelt. Die zal voor iedereen een beetje anders zijn. We voegen daarom nog een “persoonlijke factor” toe aan onze formule

Kleine werken vragen zeer weinig materiaal, waardoor de verhouding van de materiaalkost tegenover je werk niet meteen in evenwicht is. Toch niet als je het werkelijk verbruikte garen gaat rekenen.

Een voorbeeldje: Jij maakt haarspeldjes met een bloemetje op. Daarvoor heb je 1 gram haakkatoen nodig. Een bolletje haakkatoen kost 2,15 euro. Je kunt dus 50 speldjes maken met dat bolletje katoen. Je zou dus qua materiaalkost 5 eurocent moeten rekenen voor 1 speldje. 

Je vriendin maakt een dekentje voor een baby in merinowol. Ze heeft daar 12 bollen wol voor nodig van 4,95 euro. De materiaalkost daarvoor is 59,4 euro. 

Als je beide prijzen gevoelsmatig vergelijkt, dan voelt die 60 euro voor een deken veel logischer dan die 5 cent voor een speldje.

Voor kleine werken doe je dus best x 3 in plaats van x 2. Je “verbruikt” immers meer materiaal dan dat ene grammetje: de kans dat je het hele bolletje op die manier op zal gebruiken aan verkochte speldjes, is immers heel erg klein.

Waaruit bestaan “materiaalkosten”?

De definitie van “materiaalkosten” in deze formule zijn alle “verbruiksmaterialen”. Het garen, uiteraard, maar vergeet ook de oogjes, snorharen en ook de vulling niet. Jouw basismateriaal, zoals je haaknaald, stekenmarkeerders en borduurnaald, die tel je niét mee. Die gebruik je immers over meerdere werken.  Natuurlijk slijten je haaknaalden ook. Of wil je na verloop van tijd een nieuwe, betere (en misschien duurdere) naald aanschaffen. Of van die handige blockingmatten, in plaats van dat gesukkel op die oude matras. Zeker als je veel haakt, is dat geen overbodige luxe. Daarvoor dient de vermenigvuldigingsfactor.

Wat is dan die persoonlijke factor?

De persoonlijke factor, is dat wat je zelf wil toevoegen aan je prijs, om wat voor reden dan ook. Dat kan bijvoorbeeld omdat je het semi-professioneel doet, en een degelijke prijs wil voor je werk. Dat mag, het is jouw prijs.

Je kan ook per haakwerk een bepaald bedrag extra vragen om aan een goed doel te geven, bijvoorbeeld. Zo kun je kleine werken net iets hoger prijzen, en bijvoorbeeld voor elk verkocht stuk 5 euro extra vragen om door te storten aan het goede doel.  Als je veel haakt, zal je versteld staan van hoeveel je kan ophalen op die manier.

Op basis van onze ervaring merken we dat deze formule in 90% van de situaties mooi in balans is. Een redelijke prijs voor jouw harde werk. Tegelijk is het een prijs die voor jouw “klant” meer dan fair is. Vindt men deze prijs “te duur”? Dan weet je bijna zeker dat je niet de appreciatie voor je harde werk krijgt die je verdiend. Wees dan maar duidelijk met een standvastige “nee”.

“Je haakt liever 2 haakwerkjes voor mensen die dolenthousiast en met veel dankbaarheid je haakwerk aannemen, dan dat je 4 haakwerkjes haakt waarbij men het te duur vindt en even enthousiast is alsof ze een pakje boter in de winkel kopen.” – Stephane Stiévenart

Tip 3: Vraag een voorschot

Sommige projecten duren wat langer, sommige “klanten” ken je niet, … Af en toe loopt ’t dan wel eens met een sisser af. Met alle gevolgen van dien. “Het is niet meer nodig, ik had er toch iets anders van verwacht, …” De gekste excuses komen soms naar boven, ook al koos je zorgvuldig de juiste opdrachten eruit. Dat is best wel pijnlijk, als jij net uren en uren hebt zitten haken aan een project.

Wij raden je daarom aan altijd een voorschot te vragen. Vraag bij voorkeur 50% van de totaalprijs. Daarmee kun je de aankoop van alle materialen betalen, zodat je dat zelf niet hoeft voor te schieten. Zo investeren jullie beiden samen in het project, en is alles netjes in balans. Da’ s helder en duidelijk.

Tip 4: Hou de prijs persoonlijk

Je hebt jouw formule en je prijzen liggen vast. Die zou je dan toch online kunnen zetten, toch? Da’s niet zo’n goed idee, tenzij je héél zeker bent van je prijs. Wij raden je aan om de prijzen enkel rechtstreeks met je “klant” te bespreken. Vraag je klant ook dit zo te houden.

Stel dat je een project hebt toegezegd, je prijs hebt gezet, maar het blijkt toch een stuk meer werk dan verwacht. De prijs die je gezet hebt, voelt daarom geen fijne prijs. Als je de prijs niet openbaar hebt gezet, kun je hem de volgende keer gemakkelijk aanpassen.

Anderzijds is het ene haakproject het andere niet. Voor een dekentje met duizend kleurwissels, wil je misschien iets meer vragen dan voor een unicolor dekentje in een eenvoudige steek. Iemand die niet thuis is in de haakwereld, zal het verschil in prijs niet altijd meteen begrijpen. Om discussies te vermijden, spreek je de prijs best persoonlijk af.

Elke opdracht is handwerk en lever je op maat af. Dat mag dan ook gelden voor de prijs.

Hou je bij de verkoop van je werkjes zeker aan de regels rondom auteursrecht. Je leest er hier alles over. 
En natuurlijk moet de winst ook worden aangegeven bij de belastingen. Hoe dat moet, leer je hier. 

Over de schrijver
Stephane Stiévenart is de stille kracht achter Het Haakbeest. Samen met Elke Wellens wil hij graag #iedereenaandehaak. Stephane richt zich vooral op alle technische en praktische zaken. Zowel voor Het Haakbeest als voor het haken zelf.
Reactie plaatsen