arrow_drop_up arrow_drop_down
31 mei 2020 

Punniken, hoe doe je dat?

Punniken is superleuk! Het is ook nog eens heel makkelijk. Het ideale project als je je even niet goed kan concentreren. Of als je je kinderen wil bezig houden.

Wat is het?

Bij punniken maak je eigenlijk een lange, gebreide holle koord. De grootte ervan hangt af van het aantal haakjes dat op je punnikklosje staat.

Op de meeste eenvoudige exemplaren vind je 4 haakjes. Een heel grote punnikklos is eigenlijk een breiring: het principe is hetzelfde.

Met deze gebreide koorden kun je vanalle creatieve knutselprojecten aanvatten. Enkele ideetjes:

  • Maak allemaal korte koorden, en leg ze als bloemblaadjes bij elkaar. Rijg ze in het hart van de bloem aan elkaar op een koord, en werk af met een mooie knoop.
  • Maak verschillende koorden, steeds iets langer, en leg ze neer als een regenboog.
  • Stop in de holle koord een ijzerdraad. Maak een hele lange koord, en “schrijf” er een naam of spreuk mee.
  • Voor een stevig exemplaar, werk je een paracord mee in in je koord. Je stopt daarvoor de koord mee door je punnikklosje tijdens het punniken zelf. Ideaal voor een stevig handvat voor een tas, bijvoorbeeld.
  • Wikkel de gepunnikte koord rond een vaas of lampenkap voor instant kleur in huis.

Hoe doe je het?

Stop de draad van bovenaf in het punnikklosje. Het makkelijkst is, als je daarvoor een ouderwetse haaknaald (of een tunische naald) gebruikt. Stop deze van onderaf in het punnikklosje, grijp de draad en trek hem door.

Je punnikwerk opzetten

Draai nu de draad (bovenaan) om een haakje op deze manier:

Ga verder in wijzerzin. Draai de draad van achteren naar voren om het volgende haakje.

Doe dit voor alle haakjes op je punnikklosje.

Het punniken zelf

Van zodra alle haakjes “vol” zijn, begint het echte werk. Je gaat de draad nu niet meer ronddraaien, maar gewoon aan de voorkant van de haakjes laten lopen, nog steeds in dezelfde richting. Je legt de draad boven het draadje dat al om het haakje heen zit. Je hebt daarmee op het volgende haakje 2 draadjes.

Neem nu het haakje van het punnikklosje. Je kan ook het haakje van een breiring, of zelfs een haaknaald gebruiken.

Als je een haaknaald gebruikt, neem dan niet je favoriete exemplaar. Het metaal-op-metaal glijden zorgt ervoor dat je haaknaald sneller zal slijten.

Neem de onderste draad op, en trek deze over de bovenste draad én over het haakje van het punnikklosje.

De eerste steken zitten nog niet zo goed vast. Trek aan de draad die onderaan uit je punnikklosje bungelt om ze weer strak te trekken.

Herhaal dit nu voor elk haakje opnieuw. Ga steeds in wijzerzin. Leg dus de loopdraad (die naar je bolletje wol loopt) weer boven het draadje van het volgende haakje, neem het onderste draadje op en trek het over het draadje.

Ga zo door, net zo lang tot je je punnikdraad lang genoeg vindt. Na een tijdje zal je draadje uit het punnikklosje lopen (onderaan). Wil je weten hoe lang het totaal is? Vergeet dan niet het klosje zelf ook mee te meten. De gepunnikte draad begint al vanaf de haakjes!

Je punnikwerk afhechten

Knip de loopdraad af (laat hem nog wel lang genoeg, zo’n 15 cm is goed). Steek de draad in een borduurnaald.

Haal nu de borduurnaald van onder naar boven door het eerstvolgende lusje.

Herhaal dit nu voor alle lusjes.

Haal daarna het punnikwerk voorzichtig van de haakjes.

Trek de draad aan: je zal zien dat het punnikwerk zich sluit.

Je kunt de draad nu wegwerken.

In een video:

Over de schrijver
Elke Wellens is ontwerpster, auteur, specialist in knuffels haken en bezielster van Het Haakbeest. Samen met Stephane Stiévenart wil ze graag #iedereenaandehaak.
Reactie plaatsen