arrow_drop_up arrow_drop_down
1 juli 2020 

Handige tips voor het haken van kleine onderdelen

Het haken van kleine onderdelen kan behoorlijk vervelend zijn. Toch komen ze vaak voor, en zijn ze noodzakelijk in de (kleinere) knuffels.

Met deze tips wordt het nét iets minder vervelend. Gepriegel blijft het wel natuurlijk.

Haak de begindraad mee weg

De begindraad kan behoorlijk in de weg zitten bij kleine onderdelen. Je kan hem immers niet zomaar makkelijk “in je werk” stoppen. Haak daarom de begindraad altijd mee in de tweede toer van je werk, en dat over een aantal steken. Trek daarna de draad nog een keer goed aan, zodat de magische ring mooi gesloten is, en knip hem af.

Duw je werk binnenstebuiten

Je werk krult uit zichzelf de verkeerde kant op. Vergeet niet meteen na de tweede toer je werk de juiste kant op de krullen, anders kom je later gegarandeerd in de problemen!

Vouw je werk plat (en steek je naald naar boven)

Om gemakkelijk je steken te maken, vouw je het best je haakwerk plat (dubbel). Daarna steek je je naald in de volgende steek. Hou hem daarbij een beetje opwaarts, met de punt naar boven toe, zodat je zeker alleen deze steek pakt en niet de onderliggende steek ook mee hebt.

Met elke gemaakte steek, vouw je je werk opnieuw zodat de volgende steek in het midden van het gevouwen gedeelte zit (en dus duidelijk zichtbaar is). Zo kun je heel makkelijk ook onderdelen van slechts 4 of 5 steken in het rond haken.

Gebruik géén toerenaanduiding

Hoewel een meeloopdraadje heel handig kan zijn, is dat bij deze kleine onderdelen niet zo. Het draadje ligt in de weg, en je zal er meer op vloeken dan dat het helpend is. Hetzelfde geldt voor stekenmarkeerders, hoe klein ook.

Gemakkelijker (maar wel wat spannender) is om zonder toeraanduiding te haken. Hele kleine onderdelen kun je vrij makkelijk uittellen.

Stel dat het patroon als volgt is:

TOER 1: Maak een magische ring. 6 v in de ring (6v)

TOER 2-5: 1 v in elke v (6v)

Dan kun je dus best toer 2 tot 5 optellen: Het zijn 4 toeren van 6 steken, dus in totaal 24 v over deze toeren.

Je start dan dus met je eerste toer: 6 steken, en dan begin je te tellen, en tel je niet tot 6, maar in één keer door naar 24.

Even aan je hele huishouden vragen om stil te zijn, en gaan met die banaan.

Breng je haakwerk terug in model

Zo’n klein haakwerk, daar trek je vaak onbewust wat aan. Je haakwerk is daardoor een beetje uit model. Je steken zien er vaak wat langgerekter uit. Dat is makkelijk op te lossen door je werk weer even in te deuken en te kneden. Je zal zien: het ziet er al gauw véél beter uit.

Voor

Na

In de video:

Over de schrijver
Elke Wellens is ontwerpster, auteur, specialist in knuffels haken en bezielster van Het Haakbeest. Samen met Stephane Stiévenart wil ze graag #iedereenaandehaak.
Reactie plaatsen