arrow_drop_up arrow_drop_down
Wat is tunisch haken?
21 april 2020 

Wat is tunisch haken?

Tunisch haken is een combinatie van breien en haken. Je werkt met één naald, met een haakje: dat lijkt op haken. Maar je haalt al je steken op je naald, en haakt in een heen- en teruggaande rij: dat lijkt op breien.

De techniek is niet zo moeilijk, en geeft een heel leuk uiterlijk. Ook de textuur is heel aangenaam, en doet meer aan brei- dan aan haakwerk denken.

Met de basissteek kun je bijvoorbeeld al een leuke, fijne sjaal maken.

Hoe kies ik mijn haaknaald?

Tunisch haken doe je met een lange haaknaald, met 1 of 2 haakjes.

Er zijn meerdere modellen, afhankelijk van wat je wil maken. Dit zijn je opties:

Hiermee kun je een haakwerk maken dat maximaal zo lang is als je naald. Je kan hiermee dus géén breed project maken. Je kan ook slechts eenzijdig werken (met 1 kleur): de basis van het tunisch haken.

  • Een tunische haaknaald met 2 haakjes

Ook hier ben je in breedte beperkt tot de lengte van de naald. Je kunt, doordat je twee haakjes hebt, wel complexer haakwerk maken (dubbelzijdig)

  • Een tunische haaknaald met verwisselbare kabel.

Deze is het meest flexibel. Door de verwisselbare en koppelbare kabels kun je jouw naald precies maken zoals jij ze nodig hebt. Je hoeft dus niet steeds een nieuwe naald te kopen. Heb je een klein project? Dan neem je één naald met een korte kabel (met stopper). Een heel groot? Dan koppel je meerdere kabels aan elkaar met een kabel connector. Complex? Dan zet je 2 haaknaalden aan elkaar met een haaknaalden connector. Echt ideaal voor al je projecten.

De haaknaald neem je steeds wat groter dan wat je zou doen als je een gewoon haakwerk op zou starten. Je mag uitgaan van 2 mm groter dan wat je anders zou nemen.

Voor een Durable Cosy, die ik meestal op een 6 mm haak, kies je in tunisch haken dus voor 8 mm.

Als je een proeflapje maakt, zou het lapje mooi plat moeten liggen. Krult het heel erg op, dan is je naald te klein, en moet je dus een grotere naald nemen.

Je kiest best voor garen dat niet te hard splijt. Je moet immers telkens de steken weer op gaan halen.

Hoe doe je het?

Tunisch haken doe je in een heen- en een teruggaande rij. In deze basissteek keer je je werk niet.

In de heengaande rij haal je alle steken op, zodat je van elke steek een lusje op je naald hebt.

in de teruggaande rij werk je alle steken er weer af.

Deze 2 rijen tesamen vormen één geheel in het tunische haken: ze horen bij elkaar.

Aan de slag

De eerste heengaande rij

Je start met het maken van een lossenketting, even lang als het aantal steken dat je wil gaan haken. In dit proeflapje maak ik 10 lossen.

Steek je haaknaald nu in de 2de  l vanaf je naald, en maak een omslag. Kom weer terug uit de steek. Dit lijkt op wat je zou doen als je een vaste zou haken. Werk de steek echter niét af, maar laat de lus op je naald staan.

Doe hetzelfde voor alle lossen: steek in, maak een omslag, en kom weer terug uit je steek. Laat de lus op je naald staan.

De eerste teruggaande rij

Nu ga je alle lusjes weer van je naald afhalen. Je start met een omslag, en haalt deze door het eerste lusje op je naald. Je kan dit een beetje bekijken als de keerlosse als je rijen haakt.

Daarna maak je weer een omslag, en haal je deze door de volgende 2 lusjes op je naald.

Dit doe je telkens weer, tot je alle lusjes van je naald hebt afgewerkt en er nog maar eentje overblijft.

De volgende heengaande rij (en alle volgende heengaande rijen)

In de volgende heengaande rij, ga je opnieuw lusjes opnemen. Je steekt daarvoor je haaknaald in in het eerstvolgende verticale streepje die je ziet.

Je steekt niet in het streepje helemaal aan het einde, want dat is de werklus waar je naald al in zit. Steek in het volgende verticale lusje dat je ziet.

Maak een omslag, en kom weer terug uit de steek. Je hebt nu 2 lusjes op je naald.

Doe nu hetzelfde voor elk verticaal lusje.

Je hebt ook nu aan het einde van de rij evenveel lusjes op je naald dan dat je lossen hebt gemaakt in het begin.

De volgende teruggaande rij (en alle volgende teruggaande rijen)

Deze is makkelijk: het is net hetzelfde als de vorige teruggaande rij.

Maak een omslag, en haal je naald door het eerste lusje.

Maak opnieuw een omslag, en haal je naald door de volgende 2 lusjes. Herhaal dit tot het einde van de rij (tot je nog 1 lusje over hebt).

Alle volgende rijen

Alle volgende rijen herhaal je de twee bovenstaande rijen: lusjes ophalen in de heengaande rij, en er weer afhalen in de teruggaande rij.

Dit doe je net zo lang tot je werkje zo  lang is als jij wil.

Afkanten

Om de rand van je werk een mooi uitzicht te geven, haak je nog een randje van halve vasten over de laatste steken heen.

Je steekt je haaknaald in in het verticale lusje (net zoals bij een heengaande toer), maakt een omslag, en trekt de naald dan door dit lusje én het lusje op je naald.

Dit doe je bij elke steek, zodat je een mooi randje krijgt.

Aan het eind van deze rij kun je gewoon afhechten zoals je gewend bent.

In een video:

Het materiaal:

Op zoek naar een tunische haaknaald, kabels of connectoren? Onze keuze kan je hier terugvinden.

Over de schrijver
Elke Wellens is ontwerpster, auteur, specialist in knuffels haken en bezielster van Het Haakbeest. Samen met Stephane Stiévenart wil ze graag #iedereenaandehaak.
Reactie plaatsen